Motorrijschool

BRAVOK

BRAVOK is een geheugensteuntje, een ezelsbruggetje. Met behulp van dit ezelsbruggetje kun je de technische controlepunten van je lesmotor nakijken. Dit zal de CBR examinator je bij aanvang van je motor examen AVD, na de ogentest, vragen te doen.

Waar staat BRAVOK voor?

BRAVOK is een afkorting waarbij elke letter voor 1 of meerdere controlepunten van de motor staat.

  • Banden en Brandstof,
  • Remmen,
  • Accu en Aandrijving,
  • Verlichting en Vering,
  • Olie,
  • Ketting en Koelvloeistof.

Dit zijn de controlepunten die je ook na het behalen van je motorrijbewijs voor elke motorrit moet nalopen.

Banden

  • De banden moeten voldoende op spanning zijn. Dit verschilt per motor en kun je vinden in het instructieboekje van je motor.
  • Er moet een ventieldop aanwezig zijn om het ventiel te beschermen tegen vuil, vocht en roest. Bij het niet hebben van een ventieldop kan vuil kan door centrifugaalkrachten je ventiel ingedrukt worden. Hierdoor kan tijdens je motorrit je band langzaam leeglopen.
  • Er moet voldoende profiel op de band te zitten. Wettelijk is 1 mm toegestaan maar dit kan in de praktijk voor gevaarlijke situaties zorgen. Aan te raden is daarom altijd minimaal 3 mm profiel op je motorbanden te hebben.
  • Is er gelijkmatige slijtage aan het loopvlak van de band.
  • De banden mogen niet uitgedroogd zijn. Dit kun je herkennen aan scheurtjes in de banden.
  • Er mag niets scherps uit je band steken, denk bijvoorbeeld aan vastzittend glas of een spijker.

Brandstof

  • Zit er nog genoeg brandstof in de tank?
Motorrijschool The Biker - Voor elke les even een bravok

Remmen

  • De belangrijkste rem is je voorrem, deze moet voldoende druk opbouwen. Dit houd in; je mag de remhendel niet helemaal tot het handvat in kunnen trekken. Er moet ook een vrije slag zijn, het eerste stukje wanneer  je je remhendel in knijpt, mag er nog geen remwerking zijn.
  • Ook de achterrem moet voldoende druk opbouwen en het pedaal moet een vrije slag hebben.
  • Het niveau van je remvloeistof reservoir moet tussen de aangegeven waarden zijn.
  • De slijtage van de remschijf moet gelijkmatig zijn.

Accu

  • De accu moet deugdelijk bevestigd zijn.
  • Vloeistofniveau.
  • Geen roest op de accupolen.

Aandrijving

Voorheen werd de K van BRAVOK gebruikt voor de Ketting. Echter, naast de ketting zijn er meerdere vormen van aandrijving. Je zult daarom naast Accu ook vaak Aandrijving bij de A lezen.

De twee andere vormen van aandrijving zijn de getande riem en de cardan as.

  • Ketting: Let op dat er niet teveel speling in de ketting komt, zorg dat de ketting regelmatig ingevet wordt en controleer op slijtage bij zowel de ketting als de tandwielen.
  • Getande riem: De riem mag niet uitgedroogd zijn en let op slijtage van de tanden.
  • Cardan as: Veel hoeft er niet gedaan te worden bij een cardan as. Controleer de olie volgens het onderhoudsboekje en eventueel op lekkage.

Verlichting

Een niet te vergeten controlepunt is de verlichting. Voor elke motorrit, dus ook voor je motorexamen AVD, dien je je verlichting te controleren. Als motorrijder moet je extra je best doen om gezien te worden. Zorg er daarom voor dat je voor- en achterlichten het doen.

  • Je remlicht moet zowel bij gebruik van je voorrem als bij gebruik van je achterrem moeten oplichten.
  • Je richting aanwijzers voor en achter moeten het niet alleen doen maar bij aangeven linksaf zullen ze ook linksaf moeten knipperen.
  • Als je dan toch bezig bent in je stuurhut, controleer dan of de controlelampjes het doen en test je claxon ook.

Vering

  • De voor- en achtervering dient schoon te zijn en mag geen lekkage vertonen.
  • De achtervering mag minimale roestvorming tonen. Bij teveel roest kun je scheurtjes niet meer zien.

Olie

Peil het olieniveau regelmatig. Bij voorkeur voor de motorrit wanneer de motor nog koud is en alle olie onderin de carter zit. Zorg dat de motor rechtop staat, trek de peilstok uit en maak deze schoon, plaats de peilstok goed terug en trek deze weer uit. Nu heb je een goede aflezing en weet je of je olie bij moet vullen.

Koeling

Controleer de koelvloeistof bij een koude motor. Doe je de controle bij net na een rit dan is de controle onnauwkeurig doordat vloeistof uitzet bij warmte. Daarnaast loop je kans om jezelf te verbranden, koelvloeistof wordt behoorlijk warm.

Verder is het verstandig om de radiateur en eventueel de koelribben schoon te houden.

Tijdens je motorrijlessen bij Motorrijschool The Biker wordt er veel stilgestaan bij de Bravok-controle. Dit moet voor elke motorrijder een vast begin zijn bij elke veilige motorrit.